Is er nog toekomstmuziek voor HET Symfonieorkest?

Nu Berenschot over HET Symfonieorkest harde conclusies heeft getrokken, is het tijd voor een blik naar de toekomst, betoogt VVD-factievoorzitter John Joosten.

In het kader van een aantrekkelijk leef- en vestigingsklimaat is een regionaal cultureel aanbod zeer relevant. De VVD streeft er daarbij naar dat culturele instellingen minder afhankelijk zijn van subsidies en marktconform werken. De strategie van HET Symfonieorkest leek daaraan te voldoen. Maar Berenschot legt bloot dat bepaalde uitgangspunten onrealistisch waren en uit ook kritiek op gemaakte keuzes. Is er dan nog toekomst voor het orkest?

Fundamentele aanpassingen

Bezuinigen door het Rijk hebben in andere provincies geleid tot fundamentele aanpassingen, tot en met fusies. In Overijssel en Gelderland was het vooral de strategie om toch zelfstandig te overleven. Instellingen hebben ingezet op interne herstructurering, nieuwe inkomsten doorbijvoorbeeld sponsoring en innovatie. Maar wat heeft dit gebracht? Niet zoveel.

Kijken we in onze regio naar de Nederlandse Reisopera (NRO), Het Gelders Orkest (HGO) en HET Symfonie Orkest (HSO),dan zien we instellingen die alledrie structureel verliesgevend zijn. NRO teert in op eigen vermogen, HSO heeft ondanks miljoenen van de Provincie het water aan de lippen staan. HGO overleeft nog een paar jaar dankzij € 10 miljoen van provincie Gelderland.

Structurele samenwerking

Voor elk van deze instellingen is zelfstandigheid op termijn niet meer haalbaar, tenzij provincies die zo belangrijk vinden dat ze zwaar willen (blijven) bijspringen. De VVD is daar niet voor. We zoeken de oplossing liever in kosten besparen door structurele samenwerking tussen de drie.  Daarmee haken we ook aan op de voorwaarden die de Raad voor Cultuur stelt.

Denk aan het bundelen van beheersactiviteiten als planning, administratie, finance, HRM, marketing & communicatie, fondsenwerving, productontwikkeling, het ontwikkelen van een artistieke visie en het uitwisselen van musici bij grotere producties. De productie kan dan op twee hoofdlocaties geconcentreerd blijven, in Enschede en Arnhem. Hierdoor ontstaan grote schaalvoordelen.

Natuurlijk zijn er enkele gevoelige punten, vragen als hoeveel directeuren komen er en wie zijn dat straks, wie voorzitter wordt van de Raad van Toezicht, waar de centrale staf wordt gehuisvest, maar die kunnen in goed overleg worden opgelost.

 

De vraag is nu hoe we dit laten gebeuren. Helemaal vrijwillig zal dat waarschijnlijk niet gaan.  Enige druk vanuit de politiek is nodig. Beide betrokken provincies en vooral het ministerie van OCW, dat eerder met dit bijltje heeft gehakt, kunnen hierbij sturend zijn. Als een overbruggingsjaar gefinancierd moet worden, of frictiekosten ontstaan, moeten alle overheidsinstanties wel bereid zijn bij te springen.

 Rest de vraag of in het model ook andere instellingen ondergebracht moeten of kunnen worden. Dat is op termijn een optie, maar als VVD willen we het project nu niet te groot maken.